Maar over stortyelling gesproken... 

“In mij schuilt een advocaat van de duivel”

Hoe komt het dat je sommige films wel kunt blíjven kijken? En wat maakt een goed filmverhaal? De van oorsprong Belgische regisseur Arno Dierickx weet hoe je mensen kunt raken met verhalen. Je kent hem misschien van de speelfilm Bloedbroeders, of zijn bijdrages aan tv-series als Deadline, Vuurzee en Overspel (voor die laatste ontving hij een Gouden Kalf). Een openhartig gesprek over kijkcijfers, onderbuikgevoel en de binnenkort uitkomende serie Brussel.

Wat vind jij van de hype rondom storytelling?
Verhalen zijn er al heel lang. Sterker: wij mensen zijn mensen geworden op het moment dat we verhalen gingen vertellen. Vaak wordt dat moment gekoppeld aan het ontstaan van taal: opeens hadden we ‘tekens’ waarmee we konden verwijzen naar de dingen om ons heen.

Maar een teken is nog geen verhaal, toch?
Nou, dat weet ik niet. Ik denk dat in elke verwijzing een potentieel verhaal zit. Neem het woord ‘koe’. Als ik dat zeg, denk jij niet alleen aan een koe, maar heb je daar allerlei associaties bij.

Wat maakt dan een goed verhaal?
De beroemde regisseur Jean-Luc Godard zei ooit: ‘Een verhaal heeft altijd een begin, midden en eind. Maar niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.’ En dat is helemaal waar. Maar datgene wat een verhaal echt goed maakt – of het nu gaat om een film, boek of mop – heeft niets met het niveau van structuur te maken. Het gaat erom dat een verhaal op twee levels communiceert: ratio en emotie. Het moet ontroeren, en je aanzetten tot nadenken.

Hoe dan?
Uiteindelijk gaan alle verhalen over dezelfde grote levensvragen. Wie zijn we? Waar komen we vandaan? Wat is liefde? Hoe zitten we in elkaar? Alleen verpakken we die grote thema’s steeds op een andere manier. 

“Uiteindelijk gaan alle verhalen over dezelfde grote levensvragen.”

Dus nieuwe verhalen bestaan niet?
Nee, dat geloof ik niet. Je kunt nog wel vernieuwend zijn, bijvoorbeeld door een andere vertelvorm te kiezen. Maar iedere verteller put bewust of onbewust uit de verhalen die hij ooit zag of hoorde. Zelfs als je heel actief probeert origineel te zijn, lukt dat eigenlijk niet. Daar is niets mis mee. Verhalen helpen ons grip te krijgen op onszelf en ons bestaan. Maar het zou verhalenvertellers wel sieren bescheiden te zijn over hun originaliteit.

In hoeverre kun je van tevoren bepalen wanneer mensen ontroerd raken?
Op de filmacademie verslond ik films. Elke avond keek ik er minstens drie achter elkaar. Ik analyseerde alles wat ik zag en volgde allerlei cursussen over semiologie en scenarioschrijven. Maar ik ontdekte dat wat je achteraf over een film kunt zeggen, totaal iets anders is dan het maken van de film zelf. Je kunt wel vinden dat een film heel knap in elkaar zit, maar dat betekent niet dat de maker alleen maar bewuste keuzes heeft gemaakt. Die creëert juist iets vanuit een onderbuikgevoel. En dan is van tevoren bepalen waarmee je mensen gaat ontroeren erg lastig.

 
Set Arno Dierickx
 

Hoe werkt dat 'onderbuikgevoel'?
Vertrouwen is het belangrijkste. Als maker moet je iets uit jezelf halen, en dat lukt niet als je al vanaf het begin aan regels moet voldoen. Het is daarom heel fijn om van een opdrachtgever de ruimte te krijgen om te maken wat je wil maken. Helaas is dat niet altijd zo. Je werkt toch vaak samen met omroepen die hun volgende seizoen moeten vullen. En die dan vaak kiezen voor veiligheid: weer een nieuwe politieserie, maar dan net iets anders.

Die series worden wel goed bekeken.
Ja. Maar is dat een goede maatstaf? Is het feit dat veel mensen ergens naar kijken een bewijs dat iets goed is? Ik denk het niet. Eigenlijk geldt dat hoe meer mensen iets mooi vinden, hoe meer vraagtekens je moet zetten bij de kwaliteit van datgene wat je hebt gemaakt. Toen de eerste aflevering van de serie Deadline werd uitgezonden, kreeg ik te horen dat we 1,6 miljoen kijkers hadden. Mijn eerste reactie was: k*t. Ik heb iets heel slechts gemaakt. Serieus.

“Hoe meer mensen iets mooi vinden, hoe harder je moet twijfelen aan de kwaliteit van je werk.”

Als je een zo groot mogelijk publiek wil aanspreken, dan streef je naar middelmatigheid. De meeste mensen willen namelijk niet verrast worden. Die willen entertainment. En dan mag je op geen enkele manier afwijken van de norm, anders ben je ze kwijt.

Welke norm?
Veel van de films en series die gericht zijn op een zo groot mogelijk publiek worden gemaakt als een invuloefening: altijd dezelfde soort muziek en dezelfde cameravoering. Je zult in een soap bijvoorbeeld nooit een keer iemand heel lang in beeld zien terwijl een ander persoon praat.

Eigenlijk is het net als bij een tekening: het verschilt nogal of je iemand een voorgetekende boom geeft en zegt: ga maar kleuren, of dat je een leeg papier geeft en zegt: teken een boom. Of nog beter: maak maar iets. Niet dat het één per se beter is dan het ander. Maar persoonlijk haal ik meer uit een tekening die op een totaal wit blad is getekend. Omdat ik denk dat ik daarmee een directere toegang krijg tot de persoon achter de tekening.

De rol van de verhalenverteller is dus heel belangrijk?
Natuurlijk! Het gaat om de visie die erachter zit. Als tien afwisselende schrijvers bezig zijn met een invuloefening voor een soap, kan ik er weinig ziel uit halen. 

Weet je, goede verhalen kunnen zo’n impact op je maken dat ze beter in je hoofd blijven hangen dan dingen die je echt hebt meegemaakt. Uiteindelijk zijn verhalen het enige wat overblijft. Dat is waarom we verhalenvertellers nodig hebben.

 
Cast Brussel
 

Je nieuwe serie Brussel is vanaf december te zien bij KPN Presenteert. Je werkt daarvoor samen met schrijver Leon de Winter. Wie is er in zo'n geval belangrijker voor het verhaal?
Zowel Leon als ik zijn eigenaar van het verhaal. Hij is natuurlijk de initiatiefnemer en de bedenker. En ik heb daar een eigen interpretatie van gemaakt. Dat moet ook, want wat ik niet begrijp, kan ik niet verfilmen. De serie wordt gemaakt in opdracht van KPN, puur als cadeautje aan klanten. Volgens mij is het een van de eerste keren dat er in Nederland op deze manier een serie wordt gemaakt. Los van omroepen zeg maar. Het mooie vind ik dat we enorm veel vertrouwen krijgen. We zijn compleet vrij in wat we maken. Echt een verademing.

Een beetje zoals Netflix bedoel je?
Ja, het mooie van Netflix vind ik dat ze lak hebben aan kijkcijfers. Het gaat ze om abonnees. En daardoor kunnen ze het zich permitteren om rechtstreeks naar makers te gaan, en te zeggen: “Jij krijgt carte blanche, en jij krijgt carte blanche, en jij krijgt carte blanche.” De ene keer levert het niks op, de andere keer is het briljant. Nou, als dat de nieuwe manier van films maken wordt, zeg ik: kom maar op!

“In mij schuilt een advocaat van de duivel.”

Wat kenmerkt jouw stijl?
In mij schuilt een advocaat van de duivel. Ik heb de neiging om dingen altijd van een andere kant te bekijken. Als ik weet wat de heersende gedachte over iets is, neem ik vaak expres de tegenovergestelde positie in. Tijdens discussies met vrienden, maar ook als ik regisseer. Lars von Trier doet dat ook, een stelling innemen waar hij het absoluut niet mee eens is, en dat dan verdedigen. Dat creëert namelijk een spanningsveld die het verhaal meteen interessanter maakt. 

Heb je dan geen sterke eigen mening?
Jawel. Maar als ik die letterlijk zou verkondigen en in een verhaal zou gieten is er niets aan. Dan kan ik beter een wetboek schrijven. Of de politiek ingaan. Als verhalenverteller heb ik de vrijheid om mijn eigen visie te hebben, en die te vertolken door het tegenovergestelde standpunt in te nemen en te verdedigen. Tot het tegendeel bewezen is. Op die manier mensen uitdagen, irriteren, ontroeren. Dat is wat mij betreft verhalen vertellen. 

 
Set Arno Dierickx
 

Je wilde vroeger muzikant worden. Kan muziek ook een verhaal vertellen?
Jazeker. Muziek lijkt wat dat betreft op film. In beide gevallen ben je gebonden aan tijd. Film en muziek onderga je. Je hebt niets te zeggen over hoe het verhaal wordt verteld. Je moet je eraan overgeven, en dat is wat het spannend maakt. Bij een foto of schilderij heb je zelf in de hand hoe je naar het kunstwerk kijkt. Daar is geen sprake van tijdsverloop. Ik denk dat muziek en film hierdoor veel directer bij mensen binnenkomen dan andere kunstvormen.

Wat is het mooiste verhaal dat je ooit hebt gehoord of gezien?
Blow Up van Michelangelo Antonioni is nog altijd een van de meest indrukwekkende, rafelige films die ik ken. Over een modefotograaf die iets vreemds ontdekt in zijn foto van een vrouw in het park. Het is zo prachtig gefilmd. Ik kan er eindeloos naar kijken. Ik kijk films sowieso graag twee of drie keer. Sommigen worden alleen maar beter naarmate ik ze vaker heb gezien. Ik vind het zo knap dat zelfs als ik weet hoe het afloopt, bepaalde passages blijven ontroeren. Emotioneel gezien zijn we in staat om ons meerdere keren aan dezelfde steen te stoten.

“Emotioneel gezien zijn we in staat om ons meerdere keren aan dezelfde steen te stoten.”

Hoe kan dat?
Je kunt niet ontsnappen aan emotie, aan ontroering. Ook al weet je wat er gaat gebeuren. Als jij emotioneel eerst naar links wordt getrokken, en dan naar rechts wordt geslingerd, kun je daar helemaal niets tegen doen. Dat staat volledig los van ‘weten hoe iets afloopt’. Spoilers kunnen me daarom ook niets schelen.

Nee?
Waarom wel? Ik ben totaal niet geïnteresseerd in hoe een verhaal afloopt. Het gaat me veel meer om de verschillende onderdelen van het verhaal, dan hoe iets eindigt. En ik weet bijna zeker de meeste mensen daar ook zo over denken. Als mensen heel enthousiast vertellen over een film, hebben ze het ook niet over de afloop. Het gaat over passages: “Och, en dan die ene scène, niet te geloven. Dat moet je echt zien.” Zo praten mensen erover. En zo kijk ik er ook naar. 

Wat is het mooiste verhaal dat je zelf ooit hebt gemaakt?
Dat vind ik lastig [lange stilte]. Ik denk toch Bloedbroeders, een film over een verschrikkelijke moord in de jaren 60. Voordat ik ermee begon waren er al veel pogingen geweest om het verhaal te vertellen, maar altijd vanuit het slachtoffer. Dat is bij voorbaat niet interessant, want het maakt meteen monsters van de daders. Ik dacht: de enige manier waarop ik dit verhaal kan vertellen is als ik me ga identificeren met de moordenaars. En me bedenk dat het mij ook had kunnen gebeuren, dat ik ook zo ver zou kunnen gaan. Juist die 'tegenovergestelde' positie kiezen hielp mij om het verhaal te vertellen en te zorgen voor spanning. 

Bekijk het eens van de andere kant

“Say who you are. In your life and in your work”