Maar over stortyelling gesproken... 

“Het geheim van het leven past niet in 140 tekens”

Noem hem een theoloog, een zakenman, een dominee, een ondernemer. Ruben van Zwieten is een man met vele gezichten. Het meest bekend als oprichter van De Nieuwe Poort: huis voor ontmoeting en inspiratie, met vestigingen op de Amsterdamse Zuidas en sinds kort ook op het Rotterdamse Weena. Hier zet Van Zwieten humanistische – niet religieuze! – verhalen in om mensen te helpen mens te zijn, en te ‘wonen in hun verhaal’.

Mens zijn, wat betekent dat?
De ontmoeting met de ander, steeds jezelf vernieuwen, niet vastzitten maar onderweg zijn, je persoonlijke talenten inzetten voor het grotere, je rijkdom delen. Dat zijn de dingen die je tot mens maken. Die ervoor zorgen dat je je mens voelt, en mens blijft. In plaats van een god. Of een leeg dier.

En wat bedoel je met ‘wonen in een verhaal’?
De Nederlandse dichter Jan Jacob Slauerhoff schreef ooit “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Nooit vond ik ergens anders onderdak”. Je woont in je verhaal als je je eigen verhaal echt leeft. Als dat wat je zegt overeind blijft, juist als het er werkelijk op aankomt. En dat je al je keuzes die je maakt, ophangt aan jouw ene verhaal.

Kunnen merken ook aan dat soort storytelling doen?
Het grote risico daarbij is dat storytelling op den duur niet meer gaat over die stories zelf. Een verhaal zou altijd een eindproduct moeten zijn, geen instrument of middel om iemand van A naar B te brengen. ‘Wonen in een verhaal’ is een bestemming. Steeds meer mensen zijn tegenwoordig op zoek naar authenticiteit. Ze willen iets dat klopt, iets dat congruent is. Het verhaal dat je als merk naar voren brengt, moet dus overeenkomen met dat wat je doet. Anders wordt het een leeg verhaal.

“Met verkopen is niets mis. De vraag is wat je ermee teweegbrengt.”

Merken vertellen vaak juist verhalen om mensen te sturen. Zijn die verhalen daarom per definitie slecht?
Als ik eerlijk ben: ja. Ik bedoel, met verkopen is niets mis – de beste dominees waren ook altijd koopman én dominee. Maar de grote vraag is wat je ermee teweegbrengt. Verkoop je iets wat ten koste gaat van mensen, of helpt het mensen verder? Of nog beter: helpt het de zwakkeren verder? Er zijn heel veel producten in de wereld die de mensheid niet dienen. En als ze dat al doen, dan gaat het vaak om een luxegoed voor de bovenkant van de samenleving. Ik vind dat we in ons leven allemaal de opdracht hebben om ons in te zetten voor degene die misschien wel zouden willen, maar niet kunnen.

 
De Nieuwe Poort
 

En dan begin je De Nieuw Poort op de Zuidas: dé werkplek voor de bovenkant.
Ja klopt. De onderkant kijkt toch wel naar de bovenkant, ook al is dat vanuit protest, woede of jaloezie. Maar de bovenkant kijkt niet altijd naar de onderkant. Terwijl zij ervoor kunnen kiezen om die onderkant te beschermen. Denk daarbij aan het verhaal van Kaïn en Abel, waarbij het de vraag is of de sterke Kaïn een hoeder voor zijn zwakke broeder (Abel) wil zijn.

Leidt anderen helpen dan tot zingeving?
Zeker. Door iemand te helpen, help je jezelf. Vaak is het zo dat als iemand zich opwerpt als helper, achteraf blijkt dat de helper juist de geholpene is.

“Kinderen willen geen brandweerman meer worden om mensen te helpen. Maar voetballer om miljoenen te verdienen”

Maar helpen we mensen tegenwoordig dan te weinig? Zijn we teveel met onszelf bezig?
We hebben ‘helpen’ in elk geval te veel uitbesteed aan de overheid. En daarnaast valt me op dat kinderen van nu geen brandweerman meer willen worden, maar liever net als Memphis Depay en Ibrahim Afellay miljoenen verdienen met voetballen. Dát is de droom van onze jeugd. Geen helper worden. Maar een held. Een ster. En ik ben heel kritisch over heldendom. Want in feite hoort een held iemand te zijn die laag durft te gaan voor de laagste mensen.

Een Robin Hood?
Ja, maar dan een Robin Good.

En hoe helpen verhalen dan bij zingeving?
Ze bieden een referentiekader, iets om je aan te spiegelen. Wanneer je een verhaal hoort, ontstaat er als het ware een gesprek tussen jou en het personage. Door je te identificeren met een fictief persoon die bepaalde dingen meemaakt, kun je ontdekken wie je zelf bent. Je vraagt je af: hoe sta ik daar tegenover? Wat zou ik doen in zo’n situatie? Dat helpt je een positie te kiezen. Geen vaste, maar eentje voor even: binnen bepaalde discussies of thema’s.

En wat maakt religieuze verhalen dan zo bijzonder?
Ik zou het geen religieuze verhalen willen noemen. Liever humanistische. En ze zijn zo goed, omdat de vraag ‘wat maakt de mens nou mens’ altijd centraal staat. Alle Bijbelse verhalen gaan eigenlijk over mensen. En als er toch een god in voorkomt, is dat altijd in relatie tot ons. Bovendien is het een heel menselijke god. Hij hoort, hij ziet, hij kent. Er is mee te ruziën. Van te houden.

Toch kies je bewust voor die Bijbelse verhalen boven andere ‘menselijke’ verhalen. Waarom?
Ik ben gewoon nog geen betere menselijke verhalen tegengekomen. En ik denk ook niet dat ik die – alle pogingen ten spijt – voorlopig ga vinden. De Bijbel behandelt alle belangrijke thema’s die er zijn. De grote levensvragen. En ze omarmen daarbij de complexiteit van de waarheid.

Hoe kijk jij aan tegen het boek Religion for Atheist van de filosoof Alain de Botton?
Ik las dat boek en dacht: Alain, je hebt helemaal gelijk. Ik ga helemaal akkoord. Maar wat nu? Ik bedoel, hij legt religies vooral uit als het geloof in een hiernamaals. De beloning ná het leven. En gaat dat vervolgens afzeiken. Maar kom dan ook met een nieuw verhaal Alain! En niet met een slap aftreksel van: ‘Ja, misschien kunnen we met elkaar gaan eten. Of eigen seculiere tempels bouwen’.

Ik weet niet of je The School of Life kent (red: opgericht door de Botton). Daar zijn ze ook zo pragmatisch. Wat ze doen lijkt eerder op een zelfhulpboek dan een weg naar zingeving.

“Mensen hebben de neiging alles te analyseren en samen te vatten. Maar een definitie is geen verhaal.”

En wat is daar erg aan?
Het voelt allemaal zo kort door de bocht. Dingen zijn veel complexer dan ze daar worden voorgesteld. Het geheim van het leven is echt niet in 140 tekens te vatten. Veel mensen hebben tegenwoordig de neiging alles te analyseren, en samen te vatten tot een paar kernwoorden. Maar iets in vijf woorden zeggen is wat anders dan een verhaal vertellen. Een definitie is geen verhaal.

Neem een gedicht als ‘Vijfjarenplan’ van Herman de Coninck. Als ik dat voordraag, voelt iedereen: dit is het. Hier gaat het om. Terwijl, wat zegt hij nou precies? Dat is moeilijk uit te leggen. Maar het komt wel over.
 

 
Vijfjarenplan Herman Coninck
 

Er moet dus ruimte zijn voor warrigheid of ambiguïteit?
We moeten accepteren dat het soms tijd kost voordat je verder komt. Eén keer op zondag naar de kerk gaan helpt waarschijnlijk vrij weinig. Maar als je het een paar jaar doet, dan werpt het zijn vruchten af. In een verhaal wonen doe je dus niet zomaar. Stel: je verhaal staat als een huis. Dan cirkel je eerst een tijdje om dat huis heen. Je kijkt af en toe naar binnen en denkt: oh, dat vind ik een interessant element. Vervolgens moet je proberen binnen te komen in dat verhaal, in dat huis. Maar de drempel van de voordeur en de achterdeur is heel hoog. Lukt het je toch over die drempel te komen, dan wordt het de kunst om binnen te blijven.

Dat is een proces van leren, dienen en vieren. En zoiets kost tijd. Niet voor niets lezen de Joden hun verhalen bijvoorbeeld in zeven jaar. Om daarna weer van voren af aan te beginnen. Mens zijn en blijven is een leven lang oefenen. 

Je zegt dat er te weinig wordt gelezen, met name romans. Waarom is dat zo erg?
We hebben verbeeldingskracht nodig om ons voor te stellen hoe de toekomst eruit kan zien. Fictieve verhalen zoals romans helpen ons aan die verbeeldingskracht.

En daar is een gebrek aan?
Ja, er is sprake van taalarmoede. En dat is niet best, want de taal die we gebruiken schept onze werkelijkheid. Op de Zuidas wordt bijvoorbeeld heel veel zakelijke taal gebruikt. Maar ook in de zorg, waar patiënten ‘klanten’ zijn geworden. En mensen worden gereduceerd tot een producteenheid. Die zogenaamde ‘systeemtaal’ is giftig en dehumaniseert de mensen die beter proberen te worden.

“Nog meer dan een roman helpt poëzie je te verplaatsen in een ander.”

De taal van de verbeelding is aan het verdwijnen. Daarom gebruiken we bij De Nieuwe Poort graag poëzie. Nog meer dan een roman helpt poëzie je te verplaatsen in een ander. Het stimuleert associatief en emphatisch denken. Maar uiteindelijk zijn het de Bijbelverhalen die je oproepen om je te vereenzelvigen met mislukte levens.

Mislukte levens?
Mensen met mislukte levens kunnen tegenwoordig makkelijk de verkeerde kant op gaan. En zich bijvoorbeeld laten bekeren tot IS-soldaat, of fan worden van de Noorse fanaticus Anders Breivik. We moeten er met z’n allen voor zorgen dat we ook die mislukte levens ‘erbij’ houden. En wees eerlijk, in hoeverre hebben we allemaal niet een mislukt hoofdstuk in ons leven?

Wat is het mooiste verhaal dat je ooit hebt gehoord?
Ik hoor elke zondag wel een inspirerend verhaal. Maar over water lopen, dat blijft toch wel een briljante vondst. Het is natuurlijk iets wat volstrekt niet kan, over H20 wandelen. Maar de metafoor is prachtig. Het water, waarin je kunt verzuipen, waar je soms het hoofd niet boven kunt houden, wat soms tot je lippen staat, wordt toch bedwongen. Door iemand die orde kan scheppen in de chaos.

En het mooiste verhaal wat je zelf ooit hebt verteld?
[Lange pauze]. Toch het verhaal dat ik heb mogen vertellen op een begrafenis. Iets waaruit mensen troost konden putten op het moment dat ze net het meest kostbare waren kwijtgeraakt: hun kind.

“De suggestie van een verhaal is vaak al genoeg”

Bekijk het eens van de andere kant