Maar over stortyelling gesproken... 

“Een goed verhaal is relevant. En waar”

Naar eigen zeggen heeft Harold Hamersma wel duizend verschillende baantjes gehad: van meubelmaker en automonteur, tot reclamebaas. Maar je kent hem waarschijnlijk van De Grote Hamersma: dé gids voor de lekkerste wijnen (let op: geen wijntjes. Je zegt toch ook niet ‘vrouwtjes’?).

Daarnaast publiceert Hamersma in Het Parool, NRC Handelsblad en Plus Magazine. En gaat binnenkort zijn eerste eigen tv-serie in première, de Wit, Rosé & Roodtrip. Zijn missie? Zoveel mogelijk mensen lekkere wijn laten drinken.

 
 

We spreken af in Mevrouw Hamersma Kookboekwinkel in de Amsterdamse Pijp. De net afgeleverde Sauvignon wordt meteen opengetrokken. “Eentje uit de Franse Touraine. Daar moet je naar tou-raine.”, aldus Hamersma. De toon is gezet.

Je bent een wijnschrijver. Laten we met dat schrijven beginnen.
Op mijn dertiende wist ik al dat ik schrijver wilde worden. Met mijn zelfgespaarde geld kocht ik een schrijfmachine en van de slaapkamer van mijn ouders maakt ik een kantoortje. Ik heb ook altijd een zwak gehad voor pen en papier. Toen ik opgroeide in de Pijp kon ik me echt verlekkeren aan de cahiers bij Gebroeders Winter. Met lijntjes, blokjes of zonder. Helaas voorzag mijn budget niet in dat soort boekjes. Dus ik moest het doen met het recyclede papier van de Hema.

En waar schreef je dan over?
Nou ik moest natuurlijk werkstukken maken. En dan wilde ik me echt onderscheiden van de rest. Als anderen schreven over hun poes, cactus of hond, zocht ik naar een onderwerp waar vooral veel over te zeggen was. En waarvoor ik veel kon uitzoeken. Erg belangrijk natuurlijk: want die zogenaamde ‘dossierkennis’ heb je nodig als fundering, om uiteindelijk iets te vertellen op je eigen manier. 

“Voor mij is schrijven als ademen. Als leven.”

Je wilde dus vooral anders zijn?
Ja, mensen verrassen met kopij. Met woorden. Ik associeer op een heel directe manier. Een woord is voor mij ook een heel ander ding. 

Hoe bedoel je?
Nou als ik zeg: doe de deur open want het weekend staat ervoor. Kijk, dan gebeurt er iets, er verschijnt een lach. Het is een weetje waar ik meteen op door kan associëren. Woordgrappen, associaties, verbindingen, bruggetjes maken. Dat is waar ik erg van hou. Voor mij is schrijven als ademen. Als leven. Ik schrijf net zo makkelijk als ik praat, en andersom. 

Maar het duurde wel even voordat je van schrijven je werk maakte.
Na de middelbare school heb ik twee maanden Nederlands gestudeerd. Daarna heb ik inderdaad allerlei baantjes gehad. Meubelverkoper autohandelaar, enquêteur, hotel-uitbater. Ik schreef wanneer ik vrij was, met name korte verhalen. Daarvan stuurde ik een aantal naar uitgevers, waarop een van hen zei: stuur eens iets naar een literair blad. Het enige blad dat ik toen kende was de Avenue: de oermoeder van alle glossy’s, de overgrootoma van de Linda zeg maar. Een prachtig blad met fenomenale reportages. En alle toonaangevende fotografen stonden erin. Als 22-jarige ben ik in dat blad gedebuteerd met een kort, autobiografisch verhaal. Ik merkte ook later in mijn schrijverij dat uit je eigen ervaring putten, en je eigen belevenissen verwerken in je publicaties, vaak het beste werkt.

Waarom?
De mensen vinden dat leuk. Ook in de hedendaagse journalistiek zie je steeds minder puur beschouwende stukken. Mensen vinden het fijn om te weten wie er aan het woord is.

Zoals bij De Correspondent.
Precies. En destijds dacht ik daar niet op die manier over na natuurlijk. Het hielp mij gewoon bij het schrijven. Later besefte ik dat iets een goed verhaal wordt, als het niet helemaal ‘bedacht’ is.

Moet de journalistiek dan niet objectief zijn?
Een persoonlijke invalshoek geeft een extra dimensie. Zo was er een oorlogsverslaggever die tijdens de opstand op het Tahrirplein stond, en vertelde wat er gaande was in Egypte. Maar hij vertelde ook dat hij naar het ziekenhuis moest op datzelfde plein, omdat zijn vrouw op het punt stond te bevallen. Hiermee beschrijft hij wat er gebeurt, maar plaatst hij het ook in een context. Daardoor komt het veel dichterbij. 

Is journalistiek verhalender geworden?
Dat denk ik wel. Aan de andere kant, een van de beroemdste boeken van de Amerikaanse schrijver Truman Capote, In Cold Blood, is ook helemaal persoonlijk. Het is zíjn verslaggeving van de moord op vier leden van de Herbert Clutter familie. Dus zo nieuw is het ook weer niet. 

 
 Mevrouw Hamersma Kookboekwinkel, inclusief mevrouw Hamersma.

Mevrouw Hamersma Kookboekwinkel, inclusief mevrouw Hamersma.

 

Zelf ben je uiteindelijk copywriter geworden.
Klopt. In een tijd waarin mensen reclame nog echt heel ‘vies’, naar en commercieel vonden. Het zou mensen alleen maar aanzetten tot het kopen van dingen die ze niet nodig hebben. Wat onzin is natuurlijk.

Oja?
Tuurlijk! Reclame is de enige manier om te testen of jouw product wel voldoet aan de behoeftes van mensen. En wat je zegt, moet kloppen. Zo kan ik een heel leuke campagne maken over hoe bier zorgt voor krullend haar. Maar als blijkt dat het niet werkt, dan koopt niemand het meer. 

Was storytelling toen ook al een ‘ding’?
Geen idee. We verzonnen slagzinnen en maakten campagnes die in de volksmond belandden. Toen al waren copywriters er niet erg gecharmeerd van om lange stukken te schrijven. Maar ik hield heel erg van long copy. Krantenpagina’s volschrijven met wat er zo goed, mooi of bijzonder was aan een merk. Een échte copy-writer. Of beter gezegd: een zakenman die goed kan schrijven. Dat vind ik eigenlijk de beste omschrijving van een copywriter. Je bent toch gewoon een marktverkoper op een sinaasappelkistje.

Maar na 25 jaar in de reclame was je het zat?
Ik heb het ongelofelijk leuk gehad. Maar op een gegeven moment had ik alles gedaan wat ik wilde doen. Ik was opgeklommen van trainee copywriter tot groepsdirecteur van een bureau met zeventig man. En ik wilde geen manager blijven. En nu maak ik reclame voor mijn eigen merk (lachend). 

Een merk dat gaat over wijn. Hoezo?
Mevrouw Hamersma en ik hielden altijd al van goed eten en lekkere wijn. Mijn vader dronk bier en mijn moeder ‘bessen’. Als puber wilde ik juist iets anders. Wijn greep mij gewoon. Misschien juist wel door de verhalen die eraan vast zitten.

Hoe bedoel je?
Zoals een aantal jonge wijnmakers uit Australië ooit tegen me zeiden: ‘We are not bottle sellers, we are storytellers.’ Elke wijn heeft zijn eigen verhaal: een andere druif, een andere oogst, is uit een goed of slecht jaar. Deze verhalen vertellen, dat is mijn vak. Want als je het over wijn hebt, dan kun je niet zeggen: nou deze wijn is lekker. En deze wijn ook. Mensen willen het graag geduid hebben.

Is dat anders bij bijvoorbeeld bier?
Ja, vroeger zeker. Toen had je alleen maar een paar soorten bier. Pas de laatste tijd zijn daar allerlei speciaalbieren bijgekomen. Inclusief verhalen van mannen met baarden en knotjes die het zelf brouwen in hun garage. 

Marketing dus?
Reclame is ‘the truth well told’ (bron: McCann). Als je lulverhalen vertelt, prikken mensen daar doorheen. Goede reclame vertelt de waarheid, maar dan op een impactvolle manier. En dat geldt ook voor de wereld van wijn en bier. Je kunt natuurlijk liegen over de druif, de oogst, de smaak. Maar uiteindelijk komt het altijd uit.

Wie zijn de storytellers in de wereld van wijn?
Journalisten. Makers. Sommeliers. Het doet wat met je als iemand aan tafel komt en zegt: “Waar houdt u van? Fris en fruitig? Vol en rond? Hier heb ik een mooie wijn, beetje eikenhout. Steile helling, 1.200 flessen van gemaakt, uit 1999, niet zo’n goed jaar, maar daar had de wijnmaker iets op gevonden...” Mensen houden van dat soort verhalen.

“Op het gebied van eten en drinken hebben we de afgelopen 25 jaar een hele sprong gemaakt.”

Meer dan vroeger?
In Nederland hebben we op het gebied van eten en drinken de afgelopen 25 jaar een hele sprong gemaakt. Vroeger was eten een brandstof. We aten stamppot: snel opeten, en weer door. En het beste eten dat we hadden, verkochten we aan het buitenland. Zoals Zeeuwse oesters en Texels lam. Nu is er een heel nieuwe generatie die belangstelling heeft voor eten en drinken. Er verschijnen niet voor niets 1.000 kookboeken per jaar. Dat is bijna 3 per dag! 

Mensen zijn nieuwsgieriger geworden?
Ja, ze willen weten waar hun eten en drinken vandaan komt. En staan open voor nieuwe gerechten. En andere druiven. Hun moeder dronk Chardonnay, dus willen ze wat anders. Ook zie je steeds meer wijnfestivals, en starten mensen wijnclubjes. Dat was een aantal jaren geleden nog ondenkbaar.

Welke verhalen over wijn worden te weinig verteld?
Je ziet nu veel biologische, biodynamische en natuurwijnen. En ik hoor weleens: ‘Ik hou alleen van biologische wijn’. Dan zeg ik: ‘Toch wel alleen de lekkere?’. Want niet elke biologische wijn smaakt goed. Ik ben constant bezig onjuistheden te ontkrachten. Maar ik zoek wel altijd goed naar een aanleiding om erover te beginnen. Ik ga het bijvoorbeeld niet over heel zware rode wijn praten als de mussen dood van het dak vallen. Dus ik ben altijd aan het kijken wat er gaande is, zodat ik daar haakjes kan vinden om mijn verhaal te vertellen. 

Klinkt heel gestructureerd.
Ik ben een heel gedisciplineerde schrijver. Zeker nu ik met een nieuw boek bezig ben, begin ik om 9 uur met schrijven. Dan kan ik een afspraak hebben tussen de middag. Want een mens moet toch eten. En daarna weer door tot half 6. Eén afspraak per dag. Meer niet.

Een nieuw boek?
Dagboek van een gezonde wijndrinker, gaat het heten. Over wijn en gezondheid. Een vervolg op Wijnreis door mijn Lichaam (2010). 

“Al twee jaar is er sprake van alcohol bashing.”

Wijn is recent uit de Schijf van Vijf gehaald, en alcoholloze maanden worden steeds populairder. Wat vind je daarvan?
Daar trap ik dus graag tegenaan. Al twee jaar is er sprake van alcohol bashing. Veelal niet geschraagd door onderzoek. Het is helemaal niet wetenschappelijk bewezen dat wijn slecht voor je is. Veel onderzoek over eten en drinken is heel tegenstrijdig. Als de ene publicatie zegt dat rode wijn levensverlengend is, noemt de volgende het juist levensgevaarlijk.

Maar de adviezen van het Voedingscentrum zijn toch gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek?
Dat zal wel. Maar als ik naar dezelfde publicaties kijk, trek ik heel andere conclusies. Er zijn gewoon wisselende belangen. Ooit ben ik eens uitgenodigd voor Radar. Ze wilden boven tafel halen of er een alcohollobby bestond die onderzoek manipuleert. En ach, ze hebben ruim 2 miljoen kijkers. Dus ik dacht: prima! Wel was ik benieuwd hoe presentatrice Antoinette Hertsenberg zich zou gedragen. Als zevendedagsadventist mag zij namelijk helemaal geen alcohol drinken. Uit de montage bleek ook dat ze maar één verhaal wilden vertellen. Namelijk dat de lobby bestond. 

Van dat soort dingen raak ik in de war. Wie spreekt nou de waarheid? Hoe kunnen verschillende publicaties van eenzelfde universiteit elkaar zo tegenspreken. Daar schrijf ik over in mijn nieuwe boek.

Ook de consument raakt in de war.
En wat gebeurt er als mensen in de war raken? Dan negeren ze de informatie waar ze niets mee kunnen, en trekken hun eigen plan. Het schijnt bijvoorbeeld dat 20% van de zwangere vrouwen toch weleens een glaasje wijn drinkt. Veel mensen vinden dat erg, want het zou levensgevaarlijk zijn. Maar dat is niet zo. Er moet daarom gewoon consensus komen, net als bij roken. Heldere, eenduidige informatie waardoor mensen weten waar ze aan toe zijn. 

“Als verhalenverteller moet je met een andere pet op naar de wereld kijken.”

Vind je jezelf een storyteller?
Ja. Ik heb me ook weleens afgevraagd: als ik elke dag een column in de krant zou moeten schrijven, zou ik dat kunnen? Ja, dat kan ik. Als verhalenverteller moet je met een andere pet op naar de wereld kijken. Een deur zien waar een muur staat. Die open doen, dicht doen. Hard dichtgooien, kijken wat er gebeurt. Nieuwsgierig zijn.

Wat maakt volgens jou een verhaal?
Goede verhalen moeten mooi verteld, relevant en waar zijn. 

En fake news dan? Dat zijn toch ook verhalen?
Dat zijn ook verhalen. En science fiction en horrorfilms ook. Maar je weet dat ze niet waar zijn. En ook door fake news kun je heen prikken. Zeker nu alles door internet heel transparant is geworden. Maar door een goed journalistiek verhaal, of een verhaal over een merk of product, kun je niet heen prikken. Omdat het terugslaat op de waarheid.

 
 

In maart start je samen met schrijver Ronald Giphart met een nieuw tv-programma voor 24Kitchen: De Wit, Rosé en Roodtrip. Welke verhalen ga je daar vertellen?
Ik wilde weg van de alpinopetjes en accordeonnetjes. Dus gingen we naar de wijngaarden in Californië. Daar kijken ze op een heel andere manier naar wijn. Met soms 200.000 bezoekers per jaar, per wijngoed is het net Disneyland, pure entertainment. Of winetainment. Ze doen er alles aan om goede wijnen te maken, en het origineel te verbeteren. Geld speelt daarbij geen enkele rol en dat levert leuke verhalen op voor tv vol glamour. 

Wilde je graag op tv?
Toen ik begon met schrijven over wijn, heb ik nagedacht over mijn eigen merkpositionering. Net zoals ik vroeger deed voor klanten. Waarvoor ben je op aarde? Wat wil je bereiken? Mijn missie werd om zoveel mogelijk mensen lekkere wijn te laten drinken. Hoe? Door in gewonemensentaal te schrijven, waar mijn enthousiasme voor wijn in doorklinkt. Door het te hebben over wijn in de supermarkt, waar nog steeds 85% van de wijn wordt gekocht. En door alleen te communiceren via de massamedia. Dus nationale kranten, boeken, radio en televisie. En tv was het enige dat nog mistte. 

Wat is het mooiste verhaal wat je ooit heb verteld?
Mijn mooiste proefnotitie – en er zijn er veel hoor, allemaal even geniaal – was die over Badr Hari. 

 
 

In mijn proefnotities wil ik het niet letterlijk hebben over wat je proeft, maar het laten beleven. Dus niet de druif duiden in fruit. Maar ervoor zorgen dat mensen een idee krijgen hoe de wijn zou kunnen smaken. Door beeldend te schrijven, associaties te maken en metaforen te gebruiken.

Woorden. Iedereen heeft dezelfde tot z’n beschikking. Maar je moet ze weten te plaatsen...

Zo haal je het zonnetje in huis. Letterlijk

Volg eens een lesje storytelling van Pixar