Maar over stortyelling gesproken... 

“De mooiste verhalen liggen onder je neus”

Fotodetective, theatermaker, columnist, kijkgoeroe van de lage landen. Hans Aarsman doet zoveel verschillende dingen dat hij lastig te labelen is. Maar of het nu gaat om zijn beschrijvingen bij opvallende nieuwsfoto’s voor de Aarsman Collectie in De Volkskrant, of zijn nieuwste theatershow Precies Andersom: hij zorgt er altijd voor dat je weer net even anders kijkt naar de wereld om je heen.

 
 Credits: Jiri Buller

Credits: Jiri Buller

 

De lentezon schijnt op het terras van het Lloyd Hotel, al jaren favoriet bij Aarsman. Ober Stefano brengt drankjes en geeft ondertussen even een dag-tot-dag beschrijving van zijn komende vakantie naar Colombia. Als hij vertrekt zegt Aarsman vrolijk: 'Dat is óók storytelling!'

Elke week bespreek je een opvallende nieuwsfoto in de krant. Hiervoor zie je 30.000 foto’s per week. Hoe kies je?
Op intuïtie. Eerst selecteer ik de foto’s waarbij ik denk: dit is wel erg over the top, of hier klopt iets niet. Dan probeer ik er een paar uit, ga ik dingen opzoeken. Als het na een paar uur niet lukt met een foto, pak ik een nieuwe. Totdat ik er eentje heb waarover ik iets kan zeggen, of verzinnen. 

 
 Selfies maken twee dagen na de aanslag

Selfies maken twee dagen na de aanslag

 

Bijvoorbeeld die foto van die selfiemakende vrouwen op de Westminster Bridge. Als ik dat Engelse petje bij die Aziatische vrouw zie, denk ik meteen: die heeft ze net gekocht. En haar moeder staat zo te lachen, waarschijnlijk omdat ze niet op de dag van de aanslag op de brug stonden, omdat ze zolang naar een petje in de juiste maat moesten zoeken.

Wat het zo goed maakt, is dat het wel waar zou kúnnen zijn.
Precies. Maar je moet ook regelmatig verhalen vertellen die ook echt waar zijn. Want anders geloven de mensen je niet meer haha.

Waar andere mensen iets voor waar aannemen, stel jij vragen. Waarom toch?
Eerlijk gezegd vind ik het gek dat niet iedereen dat doet, haha. Een paar keer per dag denk ik: hé, waarom is dat eigenlijk zo? Laatst nog, een vriend van mij kwam terug uit Zuid-Afrika. Hij vertelde dat 80% van de auto’s wit zijn daar. Nou, dan kun je mij wegdragen. Dan is het: sorry hoor, we zouden gaan tennissen maar dat gaat even niet door.

 
 Witte auto's in Johannesburg.

Witte auto's in Johannesburg.

 

Heb je dat altijd al gehad, dat onderzoekende?
Ja, dat is heel jong begonnen. Ik heb altijd een wetenschappelijke interesse gehad, las graag detectives. En ik ben ook altijd al diagnoses aan het stellen. Als iemand ziek is, of je vertelt over een kwaal, dan begin ik meteen allemaal vragen te stellen. Ik hou van dingen oplossen.

Zijn er zoveel problemen?
Nou ik vind het al een probleem als ik niet weet wat er precies aan de hand is, haha.

Je wilt dingen volledig begrijpen?
Ja, daar ben ik wel van ja. Dat is natuurlijk ook een valkuil, want sommige dingen moet je ook gewoon accepteren. Zo van: shit happens.

Oja?
Als je bijvoorbeeld ziek bent, en je hebt al die artsen aan je bed staan. Dan moet je niet proberen dat allemaal te begrijpen en te bevatten. Anders word je gek.

Heeft de wens om alles te willen begrijpen ook te maken met controle?
Ik denk het wel. Als je iets begrijpt, dan kan je dingen plaatsen. En weet je je eigen rol daarin. Als ik bijvoorbeeld iets heel stoms heb gedaan, waarvan ik spijt heb, dan probeer ik het op allemaal verschillende manieren te benaderen. Net zolang tot ik denk: oh, maar als je het zo bekijkt, valt het allemaal wel mee. En dan hop, kan-ie op de plank!

“Mijn drijfveer is vooral de kick. De verrassing van iets nieuws ontdekken.”

Zie je het als jouw taak om mensen te helpen beter om zich heen te kijken?
Ja: gaat heen en verwondert u! Maar mijn drijfveer is vooral de kick zelf. De verrassing van iets nieuws ontdekken, waarvan je denkt: ‘oh god, zit dat nou weer zo. Verdomme, daar had ik niet aan gedacht.’ En weet je wat het mooie is? Je hoeft niet zo ver om het leven als een bron van ontdekkingen te zien. Stefano gaat bijvoorbeeld naar Colombia, nou ik hoef daar echt niet heen. Ik bedoel, wat ga ik daar op het strand doen?

Maar waarom ben je daar dan niet nieuwsgierig naar?
Ik ben hier nog lang niet klaar! En ja, die hele toeristenindustrie. Wat een flauwekul. Allemaal in zo’n vliegtuig, met die zogenaamde interesse in andere culturen. Terwijl je ondertussen de wereld vervuilt en verknalt. (Met pretoogjes) Ik vind dus dat ik heel groen bezig ben. Maar goed, dat is ook maar een verhaal dat je aan jezelf vertelt natuurlijk.

Het gesprek gaat nog even door over hoe mensen de wereld kapot maken. En dat we puur door te ademen eigenlijk de wereld al vervuilen.

Dat wordt nog wat als we onsterfelijk worden.

Oh, gaat dat gebeuren?
Ja, we kunnen dat gen straks gewoon uitzetten.

“Ik zou best vanaf nu voor altijd 65 willen blijven. Qua geest vind ik dit de leukste tijd tot nu toe.”

Zou je dat willen?
Nou de ellende is dat ik waarschijnlijk nog net de laatste generatie ben die de pijp uitgaat. Maar ik zou best vanaf nu voor altijd 65 willen blijven. Dat lijkt me wel wat. Qua geest vind ik dit de leukste tijd tot nu toe. Omdat je nog net niet in de fase zit waarin je afhankelijk bent van anderen, maar wel veel hebt meegemaakt. Door die bagage kun je veel nieuwe verbanden ontdekken. Beter abstraheren en afstand nemen van dingen. Eigenlijk is het: hoe dichter je bij de dood komt, hoe relativerender je wordt.

Nou, niet altijd hoor...
Klopt. Maar ik mag echt in m’n handen knijpen. Ik bedoel, ik ben niet rijk of zo. Maar dat je werk hebt waar je je hobby kunt botvieren, en dat mensen het ook nog leuk vinden, dat is toch te gek? Ik heb een leuke vriendin, m’n huis is ok. Geen auto. (In koor:) Wel een goede fiets, haha.

“Je moet je kunnen verplaatsen in andere mensen om een verhaal te vertellen.”

Wat maakt eigenlijk een goed verhaal volgens jou?
Een verhaal moet authentiek zijn. Door je eigen gekte toe te laten, en de dingen die je bedenkt niet te snel af te serveren. Maar anderen moeten zich ook met je verhaal kunnen verbinden. Je moet je dus kunnen verplaatsen in andere mensen om een verhaal te vertellen. Net zoals je dat moet kunnen om hypotheses te formuleren en diagnoses te stellen.

Is die empathie aan te leren?
Je kunt je er bewust van zijn. Dat als je naar een foto kijkt, er vanzelf vragen opkomen: hé, de één is wat ouder dan de andere. Horen ze bij elkaar? Wat zou de verhouding zijn? Dat soort vragen. Zo ontstaat een verhaal.

Maar ook in het dagelijks leven is het denk ik goed om je te kunnen verplaatsen in anderen. Terwijl je wel vasthoudt aan je eigen overtuigingen. Want anders ga je teveel met de ander z’n argumenten mee, en dat moet niet. Maar ‘ken je vijand’ is niet voor niets een van de belangrijkste adviezen aan generaals.

Van alles wat je doet, waar haal je het meeste plezier uit?
Intuïtief zeg ik de theatervoorstellingen.

Ik hoorde dat theaters het lastig vinden om jouw voorstelling te categoriseren. Hoe zie jij dat?
Het is gewoon theater. Zeker geen theatercolleges, die zijn veel droger. Mijn voorstellingen zijn voor een deel op waarheid berust. Maar ze zitten ook vol fictieve en absurdistische elementen. Dat vind ik belangrijk, want met alleen feiten kom je niet op nieuwe inzichten. Je hebt fantasie nodig om de hypotheses te maken die ik maak. Om ervoor te zorgen dat mensen op het puntje van hun stoel zitten, en na afloop zeggen: hé, was dat al anderhalf uur? Dat heb je bij een lezing doorgaans niet.

“Ik kan ook zo lijden van tevoren. Dan denk ik: waarom doe ik mezelf dit aan?”

Word je er ook steeds beter in?
Ja. In het begin wilde ik mensen meenemen in het héle betoog. Terwijl het juist interessant wordt op de breuken: de momenten waarop je opeens overschakelt op iets anders. Dat mensen dan denken: waarom zeg-ie dat nou? En naderhand valt het op z’n plek. De plant en de pay-off, om in filmtermen te spreken. Als zoiets lukt, geeft dat een enorme kick.

Maar ik kan ook zo lijden van tevoren. Dan denk ik: waarom doe ik mezelf dit aan? Pas na de elfde of twaalfde voorstelling heb ik het gevoel dat-ie zit. Tenminste, dan ben ik niet meer bang dat ik m’n tekst kwijtraak.

Is dat je grootste angst?
Daar ben ik wel heel erg mee bezig. Ik kan op het podium het volgende beeld zien, en dat is vaak een trigger voor wat ik moet zeggen. Maar soms heb je zo’n plant, iets wat je móet zeggen zodat je hem later kunt afmaken. En die vergeet ik weleens. Dat kun je nog wel oplossen met “Had ik al gezegd dat..”, maar dan is de spanning er wel uit.

Is het misschien ook enger omdat zo’n show echt helemaal van jou is? En dat als mensen dit niet leuk vinden, je ook als persoon wordt afgekeurd?
Nou, het is vooral erg omdat je erbij bent. Als mensen iets kut vinden wat ik in de krant heb geschreven, dan ben ik er niet bij. Ze sturen misschien een tweetje en dan haal ik m’n schouders op. Of misschien dat ik er twee dagen last van hebt. Maar afgaan in theater, voor publiek, ja dat is echt doodeng natuurlijk. Dat schijnt de grootste angst te zijn hè, van mensen. Nog groter dan de angst voor de dood.

En dat doe jij jezelf dus elke keer vrijwillig aan?
Ja! Ik ken ook zoveel mensen die heel ervaren zijn, en nog altijd kotsend in de kleedkamer zitten voor ze op moeten haha.

Toch is het de moeite waard?
Nou ik dacht laatst, misschien moet ik er toch maar mee ophouden. Met dat theater. Het is zo’n aanvechting. Ik heb het ook te snel gedaan dit keer. Naast alle andere dingen die ik doe, hield ik elke week 1,5 dag over om te ontspannen en die show te schrijven. Dat is niet echt relaxt.

 
 Raadselachtig houtspoor in Amsterdam.

Raadselachtig houtspoor in Amsterdam.

 

Heb je inspiratiebronnen? 
Zeker. João Guimarães Rosa bijvoorbeeld, een Braziliaanse schrijver die verhalen noteerde van de dorpjes waar hij kwam. Daar heeft hij een prachtig epos van gemaakt: Diepe Wildernis: De wegen. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet van de romans.

Huh, hoezo niet?
Ik denk dan altijd: ja, dat heb je verzonnen. Ik weet het niet, dat Nederlandse gedoe en dat gesodemieter op die terrasjes... De meeste romans gaan gewoon nergens over. Ik kom er in elk geval niet doorheen. Uitzonderingen daargelaten hoor. Zoals Rosa dus. En de Franse Louis-Ferdinand Celine vind ik ook erg goed. Hij schreef Reis naar het einde van de nacht, leest als een mitrailleur.

En poëzie?
Daar hou ik wel van. Emily Dickinson, Fernando Pessoa, K. Michel, Nescio. Metaforen vind ik vaak heel vervelend. Maar Dickinson gebruikt ze op een heel directe, emotionele manier. In het gedicht Heart, we will forget him spreekt ze bijvoorbeeld haar hart toe. Dat ze met z’n tweeën iemand moeten vergeten. Wat natuurlijk nooit lukt haha. Maar wel prachtig.

Pessoa is ook mooi, veel beschrijvender en observerender. Hij heeft zo’n gedicht over de rivier in zijn dorp.

De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp.
Maar de Taag is niet mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp.
Want de Taag is niet de rivier die stroomt door mijn dorp. 


Dat gaat natuurlijk heel erg over dat wat voor je neus ligt veel groter en mooier is dan je denkt. Een spekkie naar mijn bekkie dus.

Is dat eigenlijk vooral wat je mensen wil meegeven? 
Ja, de schoonheid van het bestaan ligt voor je neus!

“Je moet jezelf verveling toestaan. Van daaruit ontstaat er vaak iets. En een kwartier is niet genoeg.”

Maar hoe ontdek je die schoonheid dan?
Je moet jezelf verveling toestaan. Van daaruit ontstaat er vaak iets. En een kwartier is niet genoeg, we hebben het echt over uren. Maar verveling is een van de grootste taboes van deze tijd. Wie moet wachten pakt tegenwoordig meteen zijn telefoon erbij. Het is namelijk niet cool om gewoon voor je uit te staren.

Hoezo niet?
Je moet een swingend bestaan leiden, met allemaal mensen die contact met je willen. Selfies maken. Laten zien wat voor interessante dingen je hebt gedaan. Gek genoeg is doen alsof je iets ontdekt wel cool, maar daadwerkelijk iets ontdekken niet haha.

Maar ik vind het ook heel leuk hoor, die smartphone. Het is een prachtige bron van informatie. En soms zie je mensen op straat opeens in de lach schieten omdat ze een leuk berichtje krijgen. Dat is toch mooi? Eigenlijk hebben we via onze telefoon continu mensen om ons heen. Gezellig, maar daardoor wordt het lastig om je over te geven aan die verveling.

Ok, vervelen dus. Nog een tip?
Nou, wat ik al eerder zei: je verplaatsen in de ander. Meer empathie hebben. En dan niet zo van ‘ik hou van mensen’. Ik hou helemaal niet van mensen. Vreselijk haha. We zijn echt een kutsoort. Maar je moet je wel kunnen inleven in een ander. En daar vervolgens zelf iets bij verzinnen. 

Tot slot, wat is het beste verhaal wat je ooit hebt gehoord? 
Dat is het verhaal over survival (of survivorship) bias dat ook in mijn voorstelling zit, over de Hongaarse wiskundige Abraham Wald. Dat vond ik echt een killer.

Maar ken je de grotten van Lascaux, in Frankrijk? Daar hebben ze van die tekeningen aan de wand: poppetjes, bizons, andere dieren. We weten alleen nog steeds niet waarom de cavemen die destijds zijn gaan schilderen. Mijn theorie? Die grotten waren instructielokalen waar ervaren jagers aan de jongeren vertelden hoe ze moeten jagen. Een soort college. En dan zeg je misschien: waarom moest dat dan onder de grond? Nou, omdat ze hun tactieken niet aan de neus van die andere stammen wilden ophangen natuurlijk...

Ha, dit is dus ook een vorm van survival bias. We hebben alle tekeningen wel in de grotten gevonden. Maar dat komt alleen maar omdat alles wat boven de grond zat, is verweerd. Het betekent dus niet dat ze bewust dingen alleen maar in grotten tekenden...

Ohhhhh tuurlijk!
Te gek hè!

Maar ik hou mijn theorie nog even vast. Wie weet heb ik toch gelijk.

Precies Andersom is nog t/m mei te zien in verschillende theaters.
Kijk hier voor de speeldata

 
 

“Vriendelijkheid is overal, als je ervoor openstaat”

Zo haal je het zonnetje in huis. Letterlijk