Maar over stortyelling gesproken... 

“Ik wil vermaken, maar ook taboes doorbreken”

Eva Kelder werd opgeleid tot journalist, maar debuteerde in 2014 als fictieschrijver met Het leek stiller dan het was. Afgelopen februari verscheen haar tweede roman Een charismatisch defect. Met haar bloemrijke stijl verzet ze zich bewust tegen het ingetogen ‘kale’ werk van haar generatiegenoten. Want, vindt ze, als je een verhaal vertelt mag je best een beetje uitpakken. 

 
 © Leon van den Berge

© Leon van den Berge

 

Ik ontmoet de verhalenmaker op een terras in Amsterdam-Oost, haar eigen buurt. Voor een gesprek over stijl, fictie versus journalistiek en de drang om taboes te doorbreken. 

Zou je jezelf storyteller noemen?
Nou, ik vertel geen verhalen vanuit een duidelijk, persoonlijk doel. Meer omdat een bepaald onderwerp me gewoon mateloos interesseert. Zo ben ik nu bezig met mijn nieuwe roman, over een moeder die drie kinderen heeft, maar slechts van eentje houdt. Dat fascineert me enorm: van die dingen die we allemaal wel kennen maar niet graag over praten. Ik wil mensen met mijn verhalen vermaken, maar ook ergens een schijnwerper op zetten. Taboes doorbreken.

Dat klinkt best wel als een doel.
Nu je het zegt, haha. 

Ik kies altijd voor heftige onderwerpen, wil het juist hebben over dingen die we niet willen zien of waar we ons voor schamen. We maken zulke gekke bokkensprongen als we niet onszelf durven te zijn. Dat laten zien is wat mij drijft.

Hoe komt dat?
Mijn zusje is lang verslaafd geweest [red: en schreef daar een boek over]. Ze leidde daardoor een dubbelleven, en ik op een bepaalde manier ook. Want ik wist het niet van haar. En door er niet over te praten ging mijn zusje nog extremer gedrag vertonen. Ik wil nu denk ik afrekenen met dat verstoppen, door dingen juist in de openbaarheid te brengen. En fictie is daar een heel goed middel voor. 

Waarom?
Een verhaal is eigenlijk een soort teaser: je verleidt mensen om iets te lezen waar ze misschien wel helemaal geen zin in hebben. Ik kan een verhaal bijvoorbeeld zo schrijven dat je denkt dat het over seks gaat, maar dan stiekem vertellen over hoe het voelt om niet erkend te worden. Ik vind het heerlijk om mensen op het verkeerde been te zetten, een beetje te manipuleren. In fictie ben je daarin volledig vrij. 

Alles is geoorloofd?
Je moet alles kunnen zeggen. Maar je moet ook beseffen dat als je schrijft over je directe omgeving, mensen dat vaak niet zo waarderen. Er worden niet voor niets af en toe schrijvers aangeklaagd door hun familie.

Haal jij veel inspiratie uit je eigen omgeving?
Soms wel. Een vriend van mij vertelde bijvoorbeeld dat hij vroeger gewoon vriendinnetjes had, terwijl hij wist dat hij homo was. Hij woonde in ‘t Gooi en had dan seks met meisjes in iemands voortuin. Zoiets fascineert me. Dan denk ik aan dat keurige Laren en Blaricum, en aan hoe we ons toch altijd zo ontzettend anders kunnen voordoen dan we zijn. Daar heb ik een kort verhaal over geschreven. 

Vind je dat je elk verhaal mag claimen, mag vertellen?
Ja, als je er maar je éigen verhaal van maakt. Je bent als schrijver geen doorgeefluik. Ik zou ook nooit iemands levensverhaal willen opschrijven. Ik gebruik de verhalen om me heen als uitgangspunt, en maak ik er iets nieuws van. Door het aan te passen of uit te vergroten zodat het voor meer mensen interessant wordt.

“De hipsters zijn aan de macht in de Nederlandse literatuur.”

Je nieuwe roman wordt geïntroduceerd met “Voor de lezers van Niña Weijers en Hanna Bervoets”, ben je het daarmee eens?
Dat is een uitspraak van m’n uitgever, haha. Zelf zie ik geen verwantschap. Ik schrijf veel lyrischer, veel bloemrijker dan zij. Ze kunnen goed schrijven hoor. Maar ik vind het zo jammer dat ze steeds zo cool aan het doen zijn. Veel jonge fictieschrijvers van nu schrijven vrij kaal, afstandelijk en ingehouden. De hipsters zijn aan de macht in de Nederlandse literatuur. Maar ik hou niet van dat ironische toontje de hele tijd. Ik wil een lezer meevoeren, en trek daarvoor alle registers open. Het mag allemaal wel wat grootser.

Het grappige is dat als ik kritiek krijg, het vaak gaat over mijn stijl. Dat die niet kaal genoeg is, niet geregisseerd genoeg. Maar ik doe het juist bewust. Ik wil iets anders doen dan mijn generatiegenoten. En daarbij geen concessies doen.

 
 Eva Kelder (rechts) met zus en auteur Renee Kelder © Leon van den Berge 

Eva Kelder (rechts) met zus en auteur Renee Kelder © Leon van den Berge 

 

Moet je als schrijver een groot ego hebben?
Aan de ene kant is schrijven een heel introverte bezigheid. Maar er moet ook veel voor sneuvelen. Sinds ik schrijf heb ik minder tijd voor vrienden en familie. En ik merk ook dat je heel erg in je eigen wereld gaat zitten. Dat zie ik ook bij schrijvers om me heen. We zijn toch wel geneigd om dat wat ons fascineert heel centraal te stellen. Dus het is wel een beetje een egoïstische daad. 

Ik merk ook dat schrijvers vaak conflicten opzoeken. Niet in het dagelijks leven, maar in tekst. Daar kun je je ook achter verschuilen natuurlijk. 

Je gebruikt je verhaal om je mening te verkondigen?
Om te laten zien wat er diep in mij zit.

Heb je die drang altijd gehad?
Ik denk dat het vroeger al in mij zat, maar dat ik het wegstopte. Mijn vader heeft altijd zijn mening klaar waardoor hij mensen erg kan kwetsen. Zo wilde ik niet zijn, dus verstopte ik me altijd een beetje. Maar toen ik een schrijfcursus ging doen bij CREA, kreeg ik echt een openbaring. Heel bizar, het voelde alsof de ramen openvlogen en de gordijnen gingen wapperen. Toen beseft ik: dit is wat ik altijd al heb gewild.  

Wat?
Opschrijven wat er in mij zit. In een heel vrije vorm. Zonder me iets aan te trekken van hoe het moet. Geen opstel, geen essay, maar gewoon je fantasie gebruiken. Heel anders dan in de journalistiek, waar ik tot die tijd in werkte. 

“Fictie lezen kan je empathie vergroten. Je in een wereld trekken die je anders niet zou betreden.”

Waarom is fictie zoveel beter dan journalistiek om dingen aan de kaak te stellen?
Ik geloof dat we eerder geneigd zijn naar een verhaal te luisteren in de vorm van een persoonlijk ervaring, dan iets te geloven dat als de waarheid wordt gepresenteerd. Bij een persoonlijk verhaal heb ik meteen de neiging om erin mee te gaan. Het klinkt misschien romantisch, maar fictie lezen kan je empathie echt vergroten. Je in een wereld trekken die je anders niet zou betreden. Volgens mij zei Adriaan van Dis ooit: “Lees eens een roman en je begrijpt de wereld beter. En jezelf.” Daar ben ik het mee eens.

Maar een journalistiek verhaal kan ook persoonlijk zijn.
Die persoonlijke trend zie je inderdaad steeds meer. In Volkskrant Magazine kun je al bijna geen reportage meer lezen zonder dat de journalist zichzelf centraal stelt. Ik begrijp het hè: mensen lezen minder, en al helemaal geen lange stukken. Dus ik snap het verleidingsmechanisme. Maar ik wil als lezer ook serieus worden genomen. We zijn geen kinderen die alleen maar zoete verhaaltjes willen voor het slapen gaan. 

Wat maakt volgens jou een goede roman?
Ik heb net Schorshuiden van Annie Proulx gelezen. Dat vond ik echt krankzinnig! Het gaat over een ogenschijnlijk ongelooflijk saai thema: bosbouw. Maar 800 pagina’s verder besef ik ineens dat de bossen van nu niets meer te maken hebben met de bomen die er ooit op deze planeet waren. Ik dacht altijd dat Nederland een park was, maar de hele wereld is een park!

Ik zou niet snel een artikel lezen over bosbouw of houtbedrijven. Als ik me héél erg verveel misschien. Maar die roman heb ik ademloos weggewerkt. Ik vind het waanzinnig dat je zoiets abstracts op zo’n manier kan vertellen dat het mij raakt. Dat ik er helemaal in verdwijn.

Wat maakt het zo boeiend?
Eigenlijk draait het allemaal om één conflict: de ene houthakker wil rijk worden over de rug van de ander. Daaromheen krijg je allemaal verhalen over bomen, bossen, zagen en bijlen. Over kolonialisme en ondernemerschap. Over liefde en familie. Ik vind het ongelofelijk slim hoe Proulx zo’n onderwerp kan koppelen aan menselijk gedrag. 

“Een personage moet iets willen, een doel hebben en dat niet (meteen) bereiken.”

Het draait om een conflict dus?
Een verhaal kan niet zonder conflict. Een personage moet iets willen, een doel hebben en dat niet (meteen) bereiken. Dat zeg ik ook altijd tijdens mijn schrijfcursussen: werp obstakels op voor je personage. Gooi roet in zijn eten en laat hem een beetje lijden. Want dat zorgt ervoor dat we gaan meeleven en willen weten hoe het afloopt. Die spanning creëren is heel belangrijk. Nog meer bij korte verhalen.

Oja?
In een roman kun je alle facetten van een conflict toelichten. De context scheppen, uitweiden over de achtergrond van je personages. Maar in een kort verhaal kun je maar één minideeltje uitlichten. En dat moet dan meteen boeiend genoeg zijn voor mensen om het hele verhaal uit te lezen.

Is een kort verhaal lastiger te schrijven?
Vind ik wel. Alles moet precies kloppen en in elkaar grijpen. Je moet een beeld scheppen in je tekst, maar ook daarbuiten. Daarmee bedoel ik dat je bepaalde associaties moet oproepen bij de lezer, omdat je geen tijd hebt om dingen letterlijk te benoemen.

Het vraagt ook meer van de lezer denk ik.
Zeker, lezers moeten veel meer zelf uitzoeken en nadenken. Daarom zijn korte verhalen ook niet populair. Mensen willen achterover leunen bij Netflixjournalistiek. 

In Amerika en Engeland zijn korte verhalen trouwens wel geliefd. Maar het is daar ook veel ‘gewoner’ om verhalen voor te dragen in boekwinkels en koffietentjes. En korte verhalen hebben veel baat bij het gesproken woord, bij een fijn ritme in je zinnen. Nederlandse schrijvers zijn alleen meestal niet de beste voorlezers. 

Je bent nu bezig met je derde boek. Hoe ziet jouw proces eruit?
Als ik de grove lijnen heb maak ik altijd een overzicht van alle eigenschappen van mijn personages. De mooie en de slechte. Het contrast tussen het beeld dat mijn personages naar buiten projecteren en hoe ze werkelijk zijn, dat gebruik ik voor het plot. Zoals bij het vrouwelijke personage in mijn tweede roman. Zij gaat helemaal mee in het idealisme van een narcistische man, en de commune waarin hij leeft. Maar later ontdek je dat ze zelf ook een narcist is, en de commune gebruikt voor haar eigen gewin: een beroemde dichteres worden. Dat contrast, dat vind ik spannend.

“Ik probeer mijn personages helemaal te doorgronden. Om ze vervolgens keihard voor het blok te zetten.”

Het is bijna alsof je een psycholoog bent voor je personages.
Dat is wel een goeie! Ik probeer mijn personages helemaal te doorgronden. Om ze vervolgens voor het blok te zetten. Ze keihard te confronteren met hun eigen onhebbelijkheden. Dat vind ik echt heerlijk. 

Je bent als schrijver dus vooral ook ‘regisseur’. Jij kan je personages alles laten doen wat je wil. Het is een vorm van macht.

Toch worden schrijver en personage vaak gezien als elkaars verlengde. Maar ik bén mijn personages niet. Dat is wel lastig hoor, zelfs Matthijs van Nieuwkerk snapt dat niet altijd. Het hele idee is dat je als schrijver boven jezelf uitstijgt en een nieuw persoon creëert. Maar ik denk dat je je nooit helemaal kunt afsluiten van wie jij zelf bent.

Is het lastiger schrijven over een personage dat ver van je af staat?
Ooit schreef ik een verhaal over een jongen die niet kan zwemmen, maar toch van de hoogste duikplank springt omdat hij verliefd is op een meisje. Een andere schrijver zei toen tegen mij: waanzinnig hoe jij een dertienjarig jongetje kan zijn. Maar dat kost me dus geen moeite. Want of je nu man of vrouw bent, 68 of 13 jaar: iedereen heeft dezelfde grote gevoelens. Ze manifesteren zich alleen anders. 

Als schrijver moet je dus empathisch zijn?
Ja, en tegelijkertijd afstand kunnen bewaren. Want je bent wel die regisseur. En je moet goed kunnen observeren. Als kind was ik verlegen, een beetje introvert. Dus ik heb veel gekeken: hoe doen anderen dat nou. Ik denk dat veel schrijvers zich nooit helemaal op hun gemak voelen. En daardoor heel erg hun omgeving in de gaten houden, veel kijken. 

Als je geen interesse hebt in de drijfveren van mensen word je een soort Kluun. Of een Saskia Noort.

Toch die moeilijke jeugd dus?
An unhappy childhood is a writer’s goldmine! Nou ik denk wel dat als alles je altijd komt aanwaaien, je minder empathisch bent. Omdat je de ander gewoon niet zo nodig hebt. En als schrijver moet je echt geïnteresseerd zijn in de drijfveren van mensen: waarom ze doen wat ze doen. Als je die interesse niet hebt, word je een soort Kluun. Of een Saskia Noort. Dan kun je misschien wel een leuk verhaal vertellen, maar blijf je altijd aan de oppervlakte. En dat is prima, daar is ook een markt voor. Niet iedereen zit te wachten op psychologische romans. 

Zijn er dingen die je anders wil doen bij je nieuwe boek?
Ik zou nog meer mijn eigen gang willen gaan. Meer willen schrijven vanuit mezelf. Het voelt vaak alsof het publiek als een duiveltje op mijn schouder meekijkt. Daar wil ik van loskomen. 

En bij mijn vorige roman wilde ik per se een ‘groot verhaal’ vertellen, over een langere tijdsperiode en met veel personages. Dit keer wil ik weer schrijven zonder plan. Even wat minder ambitieus. Even niets hoeven bewijzen aan mezelf, of de buitenwereld. Gewoon plezier maken. Ik heb ook echt veel zin om te gaan schrijven.

Lees je zelf eigenlijk veel?
Zeker! Nu ik zelf weer schrijf zie ik het zelfs als huiswerk. Ik lees ongeveer één boek per week ter inspiratie. Door het lezen van Schorshuiden dacht ik bijvoorbeeld: oh wacht, het mag best wat romantischer, liefde kan ook een drijfveer zijn. En omdat er in dat boek veel wordt gereisd, kwam ik op het idee om een roadtrip centraal te stellen in mijn boek.

Ik heb trouwens ook altijd een boek dat ik parallel lees tijdens het schrijven. Dat sla ik dan ergens open, lees ik wat, tot ik denk: jaaa. En dan ga ik schrijven. Vorige keer was het Vrijdagen bij Enrico’s van Don Carpenter. Het exemplaar voor nu moet ik nog vinden.

 

Meer weten over Eva Kelder? Kijk op haar website
Of volg een schrijfcursus bij de zusjes Kelder.

Waarom ook jij een autobiograaf bent

Hoe je een boek vangt in één beeld