Maar over stortyelling gesproken... 

"Ons verleden ligt net zo open als onze toekomst"

Douwe Draaisma is psycholoog en hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Universiteit Groningen. Daarnaast is hij de auteur van verschillende bestsellers over de werking van het menselijk geheugen, zoals De heimweefabriek, Vergeetboek en Als mijn geheugen me niet bedriegt. Hierin beschrijft hij onder andere hoe ons geheugen verhalen gebruikt om orde te scheppen in de wereld om ons heen.

Maar waarom doet het geheugen dat? Welke invloed hebben die verhalen op onze herinneringen? En hoeveel controle hebben we eigenlijk over de verhalenverteller in ons hoofd?

 
douwe.jpg
 

© Sake Elzinga

Waarom is ons geheugen zo vatbaar voor verhalen?
Bij verhalen volgt het een altijd uit het ander. Die duidelijke structuur stelt ons brein op prijs. We proberen dan ook altijd open plekken in te vullen, en chronologie op te dringen aan onze ervaringen. Zodat we ons leven kunnen herinneren als een samenhangend verhaal dat bestaat uit aanleidingen en gevolgen.

Alsof er een duidelijke rode draad is. Maar dat is natuurlijk niet zo.
In elk geval veel minder dan we denken. Overal om ons heen is chaos en toeval. Als je niet toevallig die ene persoon was tegengekomen op dat ene moment, had je leven er heel anders uit gezien. Die willekeur is nou net iets waar een verhaal slecht mee uit de voeten kan. Een verhaal wil logica en orde. Het liefst zelfs een plot. Schrijver W.F. Hermans zei ooit dat er in romans eigenlijk geen mus van het dak mag vallen, zonder dat het een gevolg heeft. Maar in ons leven vallen er continu mussen van het dak zonder aanleiding.

Hoe beslissen we dan of we zo’n mus onthouden of niet?
Vallende mussen zonder oorzaak verdwijnen heel snel uit ons geheugen. Kijk, het geheugen is een verhalenverteller. En die verhalen bestaan uit de dingen die je hebt meegemaakt, of denkt te hebben meegemaakt. Maar het omgekeerde is ook waar: het verhaal gaat een beetje bepalen wat je je herinnert.

“Met de metoo-discussie krijgen gebeurtenissen uit de jaren ‘80 en ‘90 een heel andere betekenis”

Hoe bedoelt u?
Striptekenaar Marten Toonder zei het mooi: “Iets wat in de jeugd gebeurd is, is dikwijls het gevolg van een voorval op latere leeftijd.” Dat zie je nu bijvoorbeeld ook bij de metoo-discussie. Daarbij krijgen gebeurtenissen uit de jaren ‘80 en ‘90 een heel andere lading. De herinnering eraan verandert. Het gaat dus eigenlijk twee kanten op; je herinneringen vormen samen je verhaal, maar omgekeerd bepaalt je verhaal ook de aard van die herinneringen.

Veel mensen denken: ik ben mijn verleden. Maar dat klopt dus niet?
We denken vaak van onze toekomst dat het nog alle kanten op kan. Maar dat geldt net zo goed voor je verleden. Dat is net zo open en vloeibaar.

Wat een cadeautje!
Ik ben blij dat je het zo ervaart. Er zijn ook mensen die het juist heel akelig vinden. Omdat het ze minder zekerheid geeft. Ze zijn bang van mooie herinneringen beroofd te worden.

 
 

Bekijk hier de hele aflevering van Brainwash Talks.

Wat vindt u van therapie, waarbij mensen gaan graven in hun herinneringen?
Van mensen die depressief zijn is bekend dat zij onbewust een heel andere selectie maken uit hun herinneringen dan mensen die niet depressief zijn. Zij beginnen zich alleen nog maar de nare dingen te herinneren. En zelfs herinneringen die eerst neutraal waren, worden tijdens een depressie ingesponnen in een donker, somber verhaal over hun leven. In zo’n geval trekt de innerlijke verhalenverteller alles in een negatieve spiraal naar beneden. Het kan dan heel nuttig zijn om mensen in therapie te vragen vijf pósitieve herinneringen te vertellen. Zodat ze ontdekken dat het allemaal niet zo ellendig was als ze dachten.

Maakt het dan nog uit of die herinneringen waar zijn of niet?
Mensen hebben allemaal hun eigen verhaal. Hun eigen beleving. In therapie moet je dat niet gaan tegenspreken of in twijfel trekken. Het wordt pas een probleem als twee mensen verschillende verhalen hebben over dezelfde gebeurtenis. Zoals een echtpaar dat in therapie is. Of als iemand een verhaal vertelt waarin andere mensen worden beschuldigd. Denk aan de Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck die onlangs vertelde over het misbruik door haar vader. Ze heeft natuurlijk alle recht op haar eigen verhaal en beleving. Maar ze raakt hiermee ook andere mensen. En dan ontkom je er niet aan dat er wordt gevraagd naar een rechtvaardiging voor die beschuldigingen.

Kunnen we ook helemaal loskomen van onze verhalen?
Dat zou veel te ver voeren. Je herinneringen dragen bij aan hoe je jezelf ziet, hoe je je gedraagt, waar je je zelfvertrouwen aan ontleent en waar je onzeker over bent. Het bepaalt voor een deel je identiteit. Zou je die verhalen helemaal negeren, dan zou je het beeld van wie je bent geworden negeren.

Maar die herinneringen kunnen toch later een heel andere betekenis krijgen.
Ja.

Houden we onszelf dan niet continu voor de gek?
Jij praat in termen van waar of onwaar. Maar ik denk dat juist dát criterium hier niet van toepassing is. Je hebt eigenlijk twee metaforen voor het geheugen: de rechtszaal, waarbij er wordt geoordeeld en je op zoek gaat naar bewijzen. En je geheugen als huis, waarbij het erom gaat of je een beetje prettig kunt leven met je herinneringen. Ik voel meer bij die tweede metafoor. Mensen mogen leven met hun eigen herinneringen en verhalen. Zolang het geen ernstige consequenties heeft voor anderen. Want met jouw herinnering kun je die van een ander flink aantasten.

Oja?
Stel je hebt een affaire gehad waar je warme herinneringen aan hebt. Jaren later, als het al lang uit is, krijg je te horen dat die ander het eigenlijk helemaal niet zo’n prettige relatie vond. Dan kunnen jouw herinneringen achteraf bedorven worden. Hoe mooi en dierbaar ze ook waren.

Kan het ook andersom? Dat herinneringen achteraf positief veranderen?
Grappig dat je dat vraagt. Nou, ik heb lang gedacht dat ik op de middelbare school een ongelofelijke klier was, met name voor één docent. Daar zat ik best mee. Toen ik op een reünie was, ging ik die leraar een beetje uit de weg. Maar uiteindelijk bleek hij zich over mij vooral leuke dingen te herinneren. Dat was een verlichting. De situatie was minder erg dan ik altijd had gedacht.

“Dat het geheugen je verleden bewaart, is eigenlijk een bonus”

Het geheugen is wat dat betreft geen archief waar goed op wordt gepast. Er kunnen altijd spullen verdwijnen of bekrast raken. Of er worden zomaar andere stukken toegevoegd. Maar strikt genomen is je geheugen ook met name bedoeld om je toe te rusten voor de toekomst. Om ervoor te zorgen dat je niet in moeilijkheden komt. Dat jij straks nog weet hoe je terug naar Amsterdam moet, en de route naar het station weet. Dat het geheugen daarnaast ook nog je verleden bewaart, met herinneringen aan je jeugd en al je eerste keren, is eigenlijk een bonus.

In hoeverre kun je het verhaal over jezelf sturen?
Een verhaal in een boek heeft een auteur. Maar de verhalen van jezelf komen veel diffuser tot stand. Die zijn opgebouwd uit je ervaringen, je interpretatie van wat is gebeurd, emoties die je erbij voelde. Dat is zo ongrijpbaar. Het idee dat je van dit soort innerlijke verhalen de auteur bent, is een beetje misleidend. Maar het is wel jóuw verhaal, uit jóuw perspectief. Zie het als dromen: ook dat zijn jouw eigen dagresten, maar je hebt niet het gevoel dat je je dromen kunt sturen.

Werkt het geheugen van een verhalenverteller eigenlijk anders?
Ik denk het wel. Ik ben een typische non-fictie auteur, maar ik heb de neiging om alles wat ik lees zo te onthouden, dat ik het later weer kan gebruiken. Zo herinnerde ik me een passage uit Into Thin Air van bergbeklimmer Jon Krakauer. Daarin beschreef hij hoe je op een steile bergkam van Mount Everest aan de ene kant 2.000 meter Nepal invalt, en aan de andere kant Tibet inrolt. Een prachtige metafoor voor de grensgevallen in de psychiatrie waarover ik iets over moest schrijven. Dus ik als een gek zoeken in dat boek. Wat blijkt? Die passage bestaat helemaal niet! Er staat wel iets over een scherpe bergkam, maar niets over dat vallen in twee verschillende landen.

Blijkbaar heb ik het verhaal destijds al mooier opgeslagen dan het in werkelijkheid was. En daar betrap ik schrijvers vaker op. Als zij iets meemaken, bedenken ze al hoe ze het kunnen doorvertellen. Er betekenis aan kunnen geven.

Is goed kunnen liegen een eigenschap van goede verhalenvertellers?
Er zou een samenhang kunnen zijn. Mensen met autisme zijn bijvoorbeeld heel slechte leugenaars. En ook niet erg fantasievol in het vertellen van verhalen. Dat komt omdat ze het moeilijk vinden om met verschillende versies van de realiteit te leven, en te taxeren wat er in anderen omgaat.

“Zodra de taalontwikkeling is gestart, kunnen we niet meer bij herinneringen die daarvoor zijn opgeslagen”

Hoe belangrijk is taal bij de vorming van herinneringen?
Ik denk dat we ook zonder taal een geheugen zouden hebben. Toen we jagers en verzamelaars waren moesten we ook dingen onthouden. Maar ons type geheugen is nu wel heel taalafhankelijk. Dat zie je ook aan kinderen, bij wie het geheugen pas echt goed op gang komt tussen hun 3e en 4e jaar. Precies wanneer ze taal gaan ontwikkelen. En zodra die taalontwikkeling is gestart, kunnen we niet meer bij herinneringen die daarvoor zijn opgeslagen. Alsof het om oude bestanden gaat die anders gecodeerd zijn.

Geldt dat ook voor dromen, zijn die ook anders gecodeerd?
Dromen zijn in de eerste plaats visueel, er wordt vaak opvallend weinig gesproken. En als je bij het wakker worden probeert je droom in taal te vatten, hoor je jezelf al de open plekken invullen. Je probeert de chaos chronologisch te maken, en daarmee glipt de droom tussen je handen.

Je wordt natuurlijk ook altijd wakker met het einde van de droom. Daarna probeer je het verhaal te reconstrueren. Waarom werd ik wakker in die kelder? Oja, ik werd achtervolgd. Door wie dan? En zo verder. Je probeert tegen de chronologie in je droom te volgen. Daar is ons brein niet voor gemaakt, die wil altijd vooruit. Ik denk dat dat een van de redenen is waarom dromen zo snel uit ons geheugen verdwijnen.

Wat is dan hun functie?
Daar zijn tegenstrijdige theorieën over. Eén school zegt dat je droomt om te selecteren wat moet worden bewaard. Een andere zegt dat je droomt om te selecteren wat weg kan. En dan zijn er nog mensen die zeggen dat dromen helemaal geen functie hebben. Dat het gaat om toevalsactiviteiten: willekeurig vurende neuronen in de visuele schors. En dat een ander deel in je brein daar dan weer ordelijke verhalen van probeert te maken.

Eigenlijk wat we overdag ook de hele tijd doen?
Precies.

Dus wie zegt dat we nu niet dromen?
Ha, ja dat zou kunnen! Dat zegt Jung ook he, dat onze binnenwereld altijd aan het dromen is. Alleen komen er overdag zoveel impulsen van buiten op ons af, dat die dromen op de achtergrond raken. Een beetje zoals een sterrenhemel onzichtbaar wordt als de zon schijnt, maar daarmee niet verdwijnt.

“Een hoop mensen vinden dromen onzin. Maar het is wel míjn onzin”

Er zijn een hoop mensen – met name mannen – die vinden dromen onzin. Ik ook, tot op zekere hoogte. Maar het is wel míjn onzin. Het zijn míjn herinneringen, míjn verhaal. Wat dat betreft vind ik dromen echt een interessant verschijnsel.

Ziet u uzelf als een verhalenverteller?
Ja. Ik schrijf non-fictie, maar wel altijd in de vorm van verhalen. Dat is een beetje een ouderwets genre. De grote neurologen van de 19e eeuw, Parkinson, Korsakov en Gilles de la Tourette, dat waren allemaal verhalenvertellers. Zij probeerden met hun beschrijvingen patiënten tot leven te wekken. Tegenwoordig ligt in de medische wereld de nadruk vooral op ziektebeelden, niet op de zieken. Dat is niet erg, het is goed als beide vormen er zijn.

Heeft u nu een verhaal in uw hoofd waar u wat mee wil gaan doen?
Ik werk aan een hoofdstuk dat heet De drie Christussen van Ypsilanti. Over een sociaalpsychologisch experiment uit de jaren 50, waarbij een Amerikaanse psycholoog dacht: wat zou er gebeuren als ik patiënten met dezelfde waan bij elkaar zet. Hij heeft toen drie mannen die dachten dat ze Christus waren op dezelfde afdeling geplaatst. Ethisch gezien een gruwelijk experiment hoor, die mannen kregen vrijwel direct slaande ruzie. Maar na een tijdje konden ze het aardig vinden. En het duurde niet lang of ze hadden allemaal hun eigen verhaal over waarom zij de échte Christus waren. Een van die mannen nam daarbij de onderzoeker in vertrouwen en zei: ‘ja weet je, die anderen denken dat zij ook Christus zijn. Maar het is hier wel een psychiatrische inrichting hè.’

Fascinerend toch? Hoe mensen altijd een verhaal proberen te maken om zichzelf en de wereld om hen heen te begrijpen. Hoe verward ze ook zijn.

Hoe de mens zich machtig fantaseerde